Taaltip: verwijzen met ‘die’ of ‘dat’?

verwijzen met die of dat

Taaltip: verwijzen met ‘die’ of ‘dat’?

Ik merk vaak dat mensen moeite hebben met het kiezen van het juiste verwijswoord. In trainingen besteed ik daar dan ook vaak aandacht aan: moet je in deze zin verwijzen met die of dat?

‘De bioscoop van Euroscoop in Noord gaat 25 november open, maar het logo dat pas net geplaatst is, zal binnenkort al vervangen worden door die van Pathé’, schreef Het Parool op Facebook. Die zin viel me om twee redenen op. Ten eerste is het niet vervangen voor, maar vervangen door, en en tweede dat gekke die.

Verwijzen met ‘die’ of ‘dat’?

Eerder schreef ik al dat veel mensen in spreektaal naar het-woorden verwijzen met wat, hoewel je daar volgens de regels dat moet gebruiken. Maar daarnaast is er nog een trend gaande: naar het-woorden verwijzen met die. In de zin uit Het Parool gaat het immers om het logo van de bioscoop. Juist zou dus zijn: ‘De bioscoop van Euroscoop in Noord gaat 25 november open, maar het logo dat net geplaatst is, zal binnenkort al worden vervangen door dat van Pathé.’ (Inmiddels is de zin overigens aangepast.)

Verschillende verwijswoorden

Welk verwijswoord je moet kiezen hangt af van verschillende factoren: het woord waar je naar verwijst en de functie die het verwijswoord zelf heeft in de zin. Vergelijk onderstaande (delen van) zinnen:

  • het logo dat pas net geplaatst is. (dat verwijst naar het logo en is een betrekkelijk voornaamwoord)
  • het logo wordt vervangen door dat van Pathé (dat verwijst naar het logo en is een aanwijzend voornaamwoord)
  • Het logo is net geplaatst. Het wordt vervangen door een logo van Pathé (het verwijst naar het logo en is het onderwerp van de zin)

Kennis van woordgeslachten

Het lijkt erop dat de kennis over woordgeslachten minder wordt, en dat mensen minder onderscheid maken tussen de- en het-woorden, zeker waar het gaat om de verwijswoorden. Dat past in een historische ontwikkeling. In de Middeleeuwen kende het Nederlands nog drie verschillende lidwoorden, voor mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Het mannelijke en vrouwelijke lidwoord zijn later samengevallen in de. Wellicht dat in de toekomst de en het ook samenvallen, en we alleen de overhouden. Een heel vreemde gedachte is dat niet: het Engels had ooit ook drie woordgeslachten.

Meer taal?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van AV Taaltraining en ontvang maandelijks de beste taaltips en informatie over nieuwe trainingen direct in je mailbox.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.