Taaltip: samentrekkingen op zinsniveau

samentrekking op zinsniveau

Taaltip: samentrekkingen op zinsniveau

Wie in Amsterdam de metro neemt, hoort daar regelmatig een zin als De eerstvolgende metro is lijn 52 richting Zuid en vertrekt over ongeveer 3 minuten. Voor mij is dat geen grammaticale zin – al geldt dat niet voor iedereen. Maar waar zit dat in? Een zin als deze bevat een samentrekking, en in dit geval wat mij betreft niet een heel gelukkige.

Soorten samentrekkingen

Er zijn verschillende types samentrekkingen: op woordniveau, op woordgroepniveau (of een mix van die twee) en op zinsniveau. In deze tip gaat het om het laatste type. De zin De eerstvolgende metro is lijn 52 richting Zuid en vertrekt over ongeveer 3 minuten is daar een voorbeeld van. De volledige versie zou luiden: De eerstvolgende metro is lijn 52 richting Zuid en de eerstvolgende metro vertrekt over ongeveer 3 minuten. Dat is natuurlijk niet erg mooi. Delen van een zin die je herhaalt, kun je weglaten, zodat je zin compacter en mooier wordt.

Regels voor samentrekking

Wat je weglaat uit een zin, noem je de ‘samengetrokken delen’. In bovenstaand voorbeeld is de eerstvolgende metro samengetrokken. Om een goede samentrekking te maken op zinsniveau gelden wel enkele regels; je mag niet zomaar van alles weglaten uit de zin. In het kort zijn die regels:

  1. De samengetrokken delen moeten dezelfde vorm hebben als de niet-samengetrokken delen.
  2. De samengetrokken delen moeten dezelfde functie in de zin hebben als de niet-samengetrokken delen.
  3. De samengetrokken delen moeten dezelfde betekenis hebben als de niet-samengetrokken delen.

Vorm

Je kan alleen delen van zinnen samentrekken als ze in de volledige zin dezelfde vorm hebben. Wij zijn nog nooit verhuisd en we zullen ook nooit kan bijvoorbeeld niet, omdat je de tweede keer de vorm verhuizen moet gebruiken. Op deze regel zijn wel wat uitzonderingen. De persoonsvorm hoeft niet dezelfde vorm te hebben en ook een zelfstandig naamwoord kan de ene keer enkelvoud en de andere keer meervoud zijn.

  • Ik heb geen toegang tot dit systeem, maar Simone wel. (‘Ik heb geen toegang tot dit systeem, maar Simone heeft wel toegang tot dit systeem’.)
  • Manisha heeft één en Gabriella drie cursussen gevolgd. (‘Manisha heeft één cursus gevolgd en Gabriella heeft drie cursussen gevolgd’)

Functie

Met functie bedoelen we hier de grammaticale functie in de zin. In ontleedtermen: wat je weglaat moet bijvoorbeeld beide keren het onderwerp zijn, of het meewerkend voorwerp. Wij hebben uw bestelling ontvangen en wordt zo snel mogelijk verwerkt is niet juist omdat uw bestelling in het eerste deel het lijdend voorwerp is en in het tweede deel het onderwerp. Wel juist is: Wij hebben uw bestelling ontvangen en verwerken deze zo snel mogelijk. Wij is in beide zinnen het onderwerp, en kan dus worden samengetrokken.

Deze eis verklaart ook wat er (voor mij) mis is met de zin De eerstvolgende metro is lijn 52 richting Zuid en vertrekt over ongeveer 3 minuten. Het eerste deel van die zin heeft een naamwoordelijk gezegde en het tweede een werkwoordelijk gezegde. Kort uitgelegd doet een naamwoordelijk gezegde een uitspraak over wat iets of iemand is en een werkwoordelijk gezegde over wat iets of iemand doet. Hoewel de eerstvolgende metro in beide gevallen het onderwerp is, verhoudt het zich op een andere manier tot de rest van de zin. Dit specifieke geval luistert niet voor iedereen zo nauw. Duidelijker is het als zijn twee keer als hulpwerkwoord wordt gebruikt: Mijn buurman is scheidsrechter geweest, maar daarmee gestopt.

Betekenis

Werkwoorden kunnen verschillende betekenissen hebben. Een klassiek voorbeeld van een foutieve samentrekking door betekenisverschil is een zin als Hier zet men thee en over de IJssel. Zetten heeft in thee zetten een heel andere betekenis dan in over (een rivier) zetten.

Wat kun je weglaten?

Je kunt niet zomaar alles weglaten. Buiten de genoemde regels is het namelijk ook zo dat je bij een samengestelde zin vooral het eerste zinsdeel en de persoonsvorm kunt samentrekken. In sommige gevallen kun je alle werkwoorden van een deelzin weglaten. Andere zinsdelen kun je alleen in combinatie met de persoonsvorm weglaten. Het is dus niet mogelijk om de persoonsvorm niet en het lijdend voorwerp wel samen te trekken. In de volgende voorbeelden staat steeds tussen vierkante haken wat je kunt samentrekken.

  • Hij ging zitten en [hij] zette zijn laptop aan.
  • Dat huis heeft hij twee jaar geleden gekocht en [dat huis heeft hij] vervolgens laten opknappen.
  • Morgen vergadert het MT over het advies en [morgen] zal het een besluit nemen. (het MT kan hier niet samengetrokken worden omdat de persoonsvorm zal niet weggelaten kan worden)
  • Wij hebben uw bestelling ontvangen en verwerken deze zo snel mogelijk. (uw bestelling kan hier niet worden samengetrokken omdat de persoonsvorm verwerken niet weggelaten kan worden)
  • Wij hebben uw bestelling ontvangen en [wij hebben uw bestelling] onmiddellijk verwerkt. (omdat hier wél de persoonsvorm hebben wordt samengetrokken kan ook uw bestelling worden samengetrokken)

Schrijfadvies

Samentrekkingen zijn heel gebruikelijk en maken je tekst mooier – als het goede samentrekkingen zijn. Gebruik ze dus gerust, maar hou wel goed in de gaten dat je uiteindelijke zin grammaticaal correct is. Kijk ook uit met zinnen met inversie; daarin kan het makkelijk fout gaan. Gebruik eventueel verwijswoorden als je een zinsdeel niet kunt samentrekken; dan hoef je het niet te herhalen en wordt je zin mooier. Zo’n verwijswoord past goed in de zin uit de Amsterdamse metro: De eerstvolgende metro is lijn 52 richting Zuid. Deze vertrekt over ongeveer 3 minuten.

Meer weten?

Wil je meer weten over samentrekkingen? Dit onderwerp komt aan bod in een opfristraining grammatica en leestekens en vaak ook in een individuele schrijfcoaching.

Meer taal?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van AV Taaltraining en ontvang maandelijks de beste taaltips en informatie over nieuwe trainingen direct in je mailbox.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.