Spellingtip: wanneer schrijf je dt?

werkwoordspelling

Spellingtip: wanneer schrijf je dt?

Over werkwoordspelling is veel te zeggen. Veel mensen vinden een lastig onderwerp: wanneer schrijf je dt, en wanneer d of t? Daar gaat deze tip over. Of nou, niet eigenlijk. Want ik schreef jaren geleden al dat dt helemaal niet bestaat.

Loopt en vindt

In trainingen reageren mensen vaak een beetje verbolgen als ik zeg dat dt niet bestaat: er zijn toch werkwoordsvormen met dt aan het eind? Dat klopt inderdaad, maar eigenlijk gebeurt er bij hij loopt en hij vindt precies hetzelfde: er komt een t achter de ik-vorm van het werkwoord. Maar omdat ik vind ook al op een d eindigt, heeft vindt dus dt aan het eind. De lastigheid zit hem eigenlijk in de uitspraak, vermoed ik. Vind en vindt klinken immers precies hetzelfde. We schrijven de t toch omdat we dat ook doen bij werkwoorden waar je hem wél kunt horen. Zo houden we de regel makkelijk: altijd ik-vorm + t.

Voorwaarden

Een werkwoordsvorm eindigt alleen maar op dt als:

  • het werkwoord in de tegenwoordige tijd staat;
  • de ik-vorm van het werkwoord op een d eindigt;
  • het onderwerp bij het werkwoord jiju of hij/zij/het is;
  • jij als onderwerp vóór het werkwoord staat in de zin.

Nog wat toelichting: ook in een zin als ‘De printer wordt morgen gerepareerd’ staat wordt in de tegenwoordige tijd; we kennen in het Nederlands geen aparte werkwoordsvorm voor de toekomstige tijd. Uit deze zin blijkt ook dat het onderwerp (hier: de printer) een variant op hij/zij/het kan zijn.

De laatste voorwaarde vinden mensen vaak het moeilijkst: het gaat hier om zinnen als ‘Op onze website vind je alles wat je nodig hebt voor een geslaagd evenement’ tegenover: ‘Je vindt op onze website alles wat je nodig hebt voor een geslaagd evenement.’ Ook dit past weer bij andere werkwoorden: ‘Op onze website zie je alles wat je nodig hebt voor een geslaagd evenement’ en ‘Je ziet op onze website alles wat je nodig hebt voor een geslaagd evenement.’

Smurfen

Dat de regels voor werkwoordspelling zo eenduidig zijn, heeft een groot voordeel: je kunt heel goed ezelsbruggetjes gebruiken. Veel mensen hebben op school geleerd om lopen in te vullen in de zin, maar dat leidt nog weleens tot verwarring, omdat je hersenen betekenis willen geven aan een zin. Ik gebruik daarom liever smurfen. Hoe dan ook: kies een werkwoord waaraan je kunt horen of er een t achter komt.

Meer weten?

Wil je meer leren over werkwoordspelling? Volg dan de online training Werkwoordspelling.

Meer taal?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van AV Taaltraining en ontvang maandelijks de beste taaltips en informatie over nieuwe trainingen direct in je mailbox.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.